zondag 15 november 2015

Rottum west 9.


Mijn blog begint zo onderhand meer op een Waddeneilandhopblog te lijken want ook deze keer schotel ik u weer een bericht voor over een bezoek aan een Waddeneiland. Na een bezoek aan Rottumerplaat en Schiermonnikoog zette ik deze keer mijn hakken in het zand van Rottumeroog. Net als voor elk ander bezoek hield ik ook nu de hele week het weer al in de gaten en de vooruitzichten waren voor Rottumeroog niet zorgwekkend maar echt florissant zag het er ook niet uit. In de morgen zou het een beetje regen, in de middag zou het droog en zonnig zijn maar in de avond zou de westenwind aantrekken tot stormachtig. Van dat laatste zouden we geen last hebben want dan zouden we immers allang weer aan de vaste wal staan. Bij vertrek uit de Eemshaven waaide het al stevig boven de Waddenzee en de beloofde regen liet ook niet lang op zich wachten. In de luwte van de stuurhut werd onder het genot van koffie over zee gekeken en naast twee langs zwemmende Bruinvissen leverde dit nog een adulte Kleine Burgemeester op die de gemoederen nog even wat bezig zou houden. Gelukkig bleef het bij een paar buien en des te dichter dat we bij Rottumeroog kwamen des te blauwer werden de luchten. Door de ruige branding was het niet mogelijk om via de Noordzee zijde aan land te gaan dus werden we bij een rustige stuk aan de Waddenzee kant aan land gezet en vrijwel direct werd er begonnen met het geen waarvoor we kwamen, de wadvogeltelling. De harde wind maakte het bijna onmogelijk om de telescoop stil te houden en het tellen was dan ook een pittige klus. Van alle kanten werden we door het fijne zand gezandstraald en even ergens rustig op een duin zitten was er dan ook niet bij. Al zigzaggend doorkruisten we het eiland om alle aanwezige vogels zo goed mogelijk te tellen en na een dik uur lopen kwamen we aan bij de bushalte, de enige plek op het eiland waar je uit de wind kan staan. Vanaf deze plek hadden we vrij zicht over een ruige Noordzee en aangezien er toch nog geen beweging in de Harder zat besloten we om nog maar wat over zee te kijken in de hoop om nog een paar leuke zeevogels te scoren.    


Een ruigere zee in november is altijd wel goed voor wat gekkigheid en hoewel de aantallen zeevogels zo later in het najaar vaak laag ligt is de kwaliteit over het algemeen wel beter. De Jannen vlogen net als de Roodkeelduikers best lekker op die vrijdag en van beide soorten hebben we zo'n 20 exemplaren langs het eiland zien komen. Een andere soort die het lekker deed was de IJseend want van deze schaarse soort vlogen niet minder dan 4 exemplaren door onze telescoop beelden, iets wat anno 2015 best veel is. Een snelle blik over het duin leerde ons dat er nog steeds geen beweging in de Ms Harder zat en na een korte wandeling aan de Waddenzee kant van het eiland liepen we weer terug naar de bushalte om er nog een rondje turen over de Noordzee aan vast te plakken. Na enige tijd viel mijn oog op drie Alk/Zeekoet achtige vogels die in de richting van het eiland vlogen. De vogels oogden erg propperig en gedrongen en waren minder langgerekt dan een Alk of een Zeekoet en de ondervleugels waren vies wit. Toen de vogels dichterbij kwamen bleken ze ook nog eens een donker ononderbroken borstbandje te hebben. De ANWB gids binnen in mijn hoofd was allang op de bladzijde van de Alken familie terecht gekomen en al vrij vlot gingen de belletjes rinkelen, we stonden naar drie Papegaaiduikers te kijken. Drie Papduikers (jargon voor) bij elkaar in Groninger wateren, hoe zeldzaam wil je het hebben. Maar weinig Groninger vogelaars hebben deze soort op hun provincie lijst staan en als ze hem al hebben dan ging het vaak om een eenling. Zelf was het mij in de dertig jaar dat ik in Groningen naar vogels kijk nog nooit gelukt om de soort op mijn provincie lijst te krijgen dus persoonlijk was ik erg blij met deze Papduikers. Na een matige telling, want dat was het, bleek de Noordzee voor ons dus nog een paar leuke soorten in petto te hebben.

 
Ondanks dat het wel lekker vloog boven de grote plas moesten we toch langzamerhand zien dat we weer richting de oost punt van het eiland kwamen, hier werden we immers weer opgepikt en aangezien de voorspellingen niet erg best waren, en het tij afgaand was, leek het ons het beste om maar op tijd bij de opstap plek te zijn. we liepen over het Noordzeestrand naar het oosten en toen we op een derde van de wandeling waren klonk er gebrabbel uit onze marifoon. Hier de Harder voor Rottumeroog, Harder Rottumeroog over. In de meeste gevallen word tijdens een gesprek tussen eiland en schip kort de opstap plek besproken maar deze keer kwam er een bericht van de andere kant die ik nog nooit eerder had gehoord. Het schip was vast gelopen op het wad en kon, ook toen er nog water onder zat, niet meer los komen. Op dat moment word er dus even een hele andere langspeelplaat afgedraaid en de standaard scenario's verdwijnen ergens onder in de kast. We maakten rechts ommekeer en op aanwijzing van de schipper werden we naar een zandplaat geloodst waar we veilig in de bijboot konden stappen. De wandeling verliep moeizaam en bestond in zijn geheel uit het lopen door plofzand, bij elke stap die ik zette zakten mijn lieslaarzen 10 tot 15 centimeter weg in het natte zand. Ook de harde westen wind stond nu recht op onze snavels en na vele honderden meters lopen begon de pijp toch aardig leeg te raken. In een rustig tempo bereikten we de rand van de zandplaat waar de bijboot al lag te wachten en we maakten ons op voor de tweede stap om bij de, onder Rottumerplaats liggende, Harder te komen. Het kleine rubberbootje baande zich een weg over de soms pittige golven van de Waddenzee en met enige regelmaat werden onze gezichten getrakteerd op een flinke plens zout water. Pas toen we in de luwte van Plaat kwamen konden we echt wat snelheid maken en kon er ook een punt worden gezet achter dit hoofdstuk van de reis. Onze natte jassen en lieslaarzen hingen nog maar amper aan de kapstok toen de eerste dikke bui over het schip trok en een ding was zeker, we waren net op tijd binnen. Er zat niets anders op dan te wachten tot er weer genoeg water onder het schip kwam zodat we weer konden varen maar dat ging nog uren duren. Tot die tijd moesten we de tijd doden met slap geouwehoer en het leeg eten van een grote pan snert, iets wat aan mij wel vertrouwd is overigens. Inmiddels was de avond al ingevallen en in een mum van tijd was het echt donker geworden rond het schip. Op de achtergrond was een stem te horen vanuit de boordradio, und jetzt der akteuller wetter und wind vorhersage fur Borkum und Rottum, Borkum west 8 Rottum west 9. Een ding was zeker, de terugreis ging een pittige worden. Na uren van wachten kwam er voorzichtig weer wat beweging in het schip maar ondanks dat stond er nog niet genoeg water om het gevaarte van zijn plek te krijgen. De harde westen wind werkte op dit punt wel in ons voordeel want het water kwam snel op en eerder dan verwacht konden de motoren worden gestart om de neus in de juiste richting te krijgen. Met behulp van de zoeklichten werd met een slakkengangetje het Schild, de geul tussen Oog en Plaat, bereikt en dat was ook de plek waar de wasmachine in de centrifuge stand kwam te staan. Van alle kanten werd het schip belaagd door de golven van de Noordzee en het zou nog een uurtje in deze stand blijven staan. Gelukkig heb ik zelf geen last van zeeziekte maar andere opvarenden lieten de s'middags genuttigde snert uiteindelijk wel in de wc pot glijden. In dit soort gevallen is het maar goed dat je zelf alleen maar je kop schommelende koffie leeg hoeft te drinken en dat er anderen zijn die het roer in handen hebben. op de momenten waarop wij dachten dat we naar de ratsmodee zouden gaan klonk er vanuit de voorkant van de stuurhut nog gelach en woorden als, mooi he dit? of, ahh kom op jongens het valt nog wel mee toch?  Ja hoor, het valt reuze mee allemaal, de snert en de bolletjes met kaas klotst wel als een malle door mijn darmen maar verder gaat alles lekker, niks aan het handje. Nadat we in de monding van de Eems waren beland kwamen we in iets rustiger water terecht. Met de wind en het tij in de rug voeren we met een hoge snelheid in de richting van de Eemshaven en voorzichtig aan kon de eerste deur weer open worden gezet, iets wat voor frisse lucht zorgde in de stuurhut en de zure lucht van kots snel liet verdwijnen. Vele uren later dan gepland legden we aan in de Eemshaven en weer waren we een paar gedenkwaardige momenten rijker waar nog lang over gepraat gaat worden. Ik stak om half elf de sleutel in het slot van de voordeur en bij binnenkomst hoorde ik direct van de situatie in Parijs. Wat wij hadden beleeft die avond viel totaal in het niets bij de gruwelijkheden in Parijs maar geef nooit toe mensen, Niet aan de elementen of aan de waanidee├źn van gekken, geef nooit toe, nu niet en nooit niet.


2 opmerkingen: